Glimmen in het donker

Glimworm

Er is te weinig plaats in de IVN Nieuwsbrief 3 2014

Glimmen in het donker

Ga je mee met de ‘nacht van de nacht’ om te genieten van de donkere plaatsen in de gemeente Nuth, krijg je te maken met een wel heel bijzondere vorm van “lichthinder”. Glimwormen, en dat voor het tweede jaar achtereen. In mijn jeugd, en dat is al heel lang geleden, waren glimwormen heel gewoon. Ik heb er wel eens enkele gevangen en die in jampotje gedaan. Ze hebben nog enkele uren licht gegeven, en daarna hielden ze het voor gezien. De volgende dag heb ik ze maar weer vrij gelaten, zonder licht waren het maar onooglijk dieren die meer op rupsen leken dan op wormen. Daarna heb ik ze vele jaren niet meer waargenomen, maar de laatste jaren wel weer. Zou het dan langzaam toch weer wat beter gaan met de natuur in Nederland?
De Glimwormen, of eigenlijk zijn het kevers, die in onze omgeving voorkomen zijn Grote glimwormen, ook wel Gewone glimworm genoemd. Dit is de bekendste en meest algemene soort. Hij komt op uiteenlopende plaatsen voor, zolang het er maar wat vochtig is. Wij hebben ze in wegbermen en bosranden gezien. In de schemering beginnen de dieren hun licht te vertonen, dan herken je ze onmiddellijk. Bij daglicht is dat moeilijker. Het vrouwtje wordt tot twee centimeter lang; het lichaam is sterk gesegmenteerd en het draagt geen vleugels. Het mannetje is kleiner, tot 1,5 centimeter, het heeft vleugels en kan dus vliegen. Beide hebben lichtere plekken in de voorlaatste segmenten, maar alleen bij het vrouwtje kunnen deze licht geven.
De vrouwtjes Grote glimworm zitten gewoonlijk op een takje of grasspriet dicht bij de bodem, het achterlijf wat omhoog gebogen. Zo is het lichten zo ver mogelijk zichtbaar. Wij denken dat het licht aan en uit gaat, maar dat is niet zo, door het achterlijf steeds even te kantelen zie je het licht even bijna niet meer. Zo trekken ze de mannetjes aan, en met een beetje geluk zijn er volgend jaar weer jonge dieren.

De mannetjes van deze soort geven geen licht. Ziet u ze dat wel doen, dan gaat het om een andere, nog zeldzamere soort, de Kleine glimworm. Deze worden, vanwege de lichtgevende zwevende mannetjes, ook wel Vuurvliegjes genoemd.
De larven van de Grote glimworm zien er zo ongeveer uit als de vrouwtjes, maar dan kleiner. Ze vervellen vijf keer voor ze de volwassen grootte bereiken. Ze zijn zwart met geeloranje stippen op hoeken van de segmenten, en ze gloeien met lichtpulsen, ook bij verstoring. Waarom de jonge dieren dit doen is niet duidelijk, ze kunnen zich immers nog niet voortplanten. Waarschijnlijk smaken ze voor een belager heel vies en laten ze met het lichtsignaal weten ‘blijf maar van mij af, ik ben ook zo’n ongenietbare prooi’.

Misschien heeft u de brandweer of politie bij een ongeval wel eens een ‘glowstick’ zien gebruiken. Zo’n staaf buig je tot hij knakt, dan schudden en de vloeistof er in licht groenig op. De chemische reactie die hierin optreedt is dezelfde als die in de glimwormen. In hun achterlijf zit een stof, luciferine. Deze wordt door een reactieversneller, het luciferase, geoxideerd, waarbij zonder warmteontwikkeling licht vrijkomt. Voor de reactie zijn water en zuurstof nodig. Het licht gevende orgaan is voorzien van vele buisjes met een open einde, deze fungeren als longen voor het dier. Zo komt er voldoende zuurstof in het achterlijf om het lichten mogelijk te maken. Scheikundigen zouden schrijven: luciferine en zuurstof worden, onder invloed van luciferase, oxiluciferine en licht. Het lichten dat zo ontstaat heet ‘bioluminicentie’.
Het luminiceren door de vrouwtjes begint in de schemering. Dit houden ze twee tot drie uur vol, en dan is het gedaan en gaan ze naar een schuilplaats. Dit kan tot tien nachten duren, maar het stopt als een mannetje het vrouwtje gevonden heeft. Het mannetje heeft goede ogen, het kan het zwakke licht wel tot op 50 meter afstand zien. Als het vrouwtje bevrucht is, legt ze in drie dagen 50 tot 100 eieren, daarna sterft ze. De eieren komen na 27 tot 45 dagen uit, afhankelijk van de warmte.
Volwassen glimwormen eten nauwelijks iets, maar de larven zijn felle rovers, die voornamelijk slakken eten. Met hun holle kaken spuiten ze bijtende spijsverteringssappen in het slachtoffer. De slak lost op, de vloeistof die zo ontstaat wordt door de larve opgezogen. In de winter moeten de larven voldoende voorraad in hun lijf hebben om te overleven. Zielig voor de slakken, maar zo werkt dat in de natuur. Als je niet eet, wordt je gegeten en geen enkel dier vraagt zich af waarom dat zo is.
Zo brengen de larven twee tot drie jaar al jagend door. Ze overwinteren onder bladeren of hout op de bodem. Uiteindelijk verpoppen ze en meestal komen gewoonlijk vanaf eind mei of begin juni tevoorschijn als grote larfachtige volwassen dieren (vrouwtjes) of als kevertjes (mannetjes), die tot in september te vinden zijn. September? Maar de Nacht van de nacht is toch eind oktober? Ja, daar is waarschijnlijk weer een effect van de klimaatveranderingen te zien. Het blijft tot laat in het jaar warm en daar reageren deze dieren op!

Ja, en daar sta je dan, beduusd dat het zo maar weer kan. Glimwormen, en ook nog in deze tijd!!! Wat zouden ze er zelf van denken?

 

Een glimworm in het halfdonker bij de Hulsbergerbeek,
bemerkte hoe verwonderd elke IVN-man naar haar keek.
Toen zij zag hoe vreemd deze mensen zich gedroegen,
ontstak zij nog meer licht en glom volop van genoegen,
maar bij de voortplanting hielp haar dat geen steek.

Stef

Advertisements
This entry was posted in Uncategorized. Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s